Citaat | Hoge Raad 14 november 2003
Alinea 59 Hoge Raad 14 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ0513.
De aan het arbeidsrecht ten grondslag liggende beschermingsgedachte, die onder meer tot uiting komt in artt. 7:613, 7:678 lid 3, 7:681 lid 4 en 7:686, laatste zin, BW, brengt mee dat - in aansluiting op de voormelde, in de wet geregelde, gevallen - moet worden aangenomen dat een beding krachtens hetwelk (een orgaan van) de werkgever bevoegd is bij wege van bindende partijbeslissing arbeidsrechtelijke sancties te treffen tegen een werknemer, nietig is. Gezien hetgeen in de vorige alinea is overwogen, geldt hetzelfde voor het onderhavige beding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce0b2fb7e35629284b46b919d276452bbcbfd37e72703ecab1755c629765e433. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce0b2fb7e35629284b46b919d276452bbcbfd37e72703ecab1755c629765e433, en de alinea staat in dat document op bytes 15484 tot 16046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce0b2fb7e35629284b46b919d276452bbcbfd37e72703ecab1755c629765e433 | shasum -a 256