Citaat | Hoge Raad 28 november 2003

Alinea 39 Hoge Raad 28 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ0743.

3.2.2 Onderdeel 1.3 betoogt in de eerste plaats dat het hiervoor in 3.2.1 weergegeven oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, gelet op a) de door het hof in zijn rov. 6.1 tot en met 6.12 weergegeven briefwisseling tussen de achtereenvolgende advocaten van [eiseres] enerzijds en [advocaat Y] of haar beroepsaansprakelijkheids-verzekeraar anderzijds en b) het stuiten van de verjaring op 17 maart 1992 en 12 maart 1997. Immers, aldus het onderdeel, "de wet (het recht) stelt niet de eis of voorwaarde dat een vordering eerder wordt ingesteld op straffe van verlies van de aanspraak te dier zake anders dan in het kader van een (direct of rechtstreeks) beroep op verjaring".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08fb90b557c8f3c7610c65e10c4d4a9295dc39dc187e07538f93d0ce115f5359. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08fb90b557c8f3c7610c65e10c4d4a9295dc39dc187e07538f93d0ce115f5359, en de alinea staat in dat document op bytes 9892 tot 10591.