Citaat | Hoge Raad 14 november 2003

Alinea 48 Hoge Raad 14 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK4841.

3.6.2 Het primaire verweer van [betrokkene 1] hield in dat [verweerster] niet haar hoofdverblijf had in de woning en niet een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met haar moeder. De hiervóór besproken oordelen van de rechtbank laten geen andere conclusie toe dan dat de rechtbank dit verweer heeft verworpen. In de oordelen van de rechtbank zoals die hiervóór zijn weergegeven ligt bovendien besloten dat de rechtbank van oordeel was dat de vordering van [betrokkene 2] en [verweerster] niet de strekking had als bedoeld in art. 7A:1623h lid 3, aanhef en onder b, (oud) BW, zodat ook het meer subsidiaire verweer is verworpen. Het onderdeel kan derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebb5be4db7c3f8c9d569e685ef3fd8d8d1803f9a0719f3d087e2320c43615cfc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebb5be4db7c3f8c9d569e685ef3fd8d8d1803f9a0719f3d087e2320c43615cfc, en de alinea staat in dat document op bytes 22590 tot 23333.