Citaat | Hoge Raad 14 november 2003

Alinea 38 Hoge Raad 14 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8321.

3.2 Aan haar onder 1 vermelde, op 1 mei 2000 ingestelde, vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst heeft [verweerster] ten grondslag gelegd dat zij de overeenkomst na het overlijden van haar moeder stilzwijgend heeft voortgezet, althans dat zij recht heeft op voortzetting van de huur op grond van art. 7A:1623i lid 2 (oud) BW. Wat dat laatste betreft meent zij dat sprake is van bijzondere omstandigheden die het instellen van een vordering als bedoeld in dat artikel na verloop van de aldaar genoemde termijn van zes maanden rechtvaardigen. [Eiser] heeft de vordering bestreden en in reconventie ontruiming gevorderd. De kantonrechter heeft in conventie de vordering op de primaire grondslag afgewezen en [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering voor zover deze gebaseerd was op de subsidiaire grondslag, en in reconventie [verweerster] veroordeeld tot ontruiming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7529ce9a2fc2ddb57407c7068e8c5d17a4492b4e31c762cd7e8839015d56086b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7529ce9a2fc2ddb57407c7068e8c5d17a4492b4e31c762cd7e8839015d56086b, en de alinea staat in dat document op bytes 9029 tot 9936.