Citaat | Hoge Raad 14 november 2003
Alinea 41 Hoge Raad 14 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8321.
3.4 Op grond van hetgeen bepaald is in art. 7A:1623i lid 2 (oud) BW - welke bepaling met een paar wijzigingen is overgenomen in art. 7:628 BW, zoals vervat in de nieuwe titel 7.4 BW (Wet van 21 november 2002, Stb. 537, in werking getreden op 1 augustus 2003) - was [eiser] niet gehouden om [verweerster] binnen de bedoelde termijn van zes maanden ervan te verwittigen dat hij de huurovereenkomst niet wilde voortzetten, noch om haar te wijzen op de mogelijkheid om een vordering als bedoeld in voormelde bepaling in te stellen. Anders dan waarvan de rechtbank in rov. 4.4 kennelijk is uitgegaan, mocht van [eiser] niet verlangd worden dat hij [verweerster] binnen de wettelijke termijn van zes maanden ervan op de hoogte zou stellen dat hij de huurovereenkomst niet wilde voortzetten. Die eis verdraagt zich niet met de betrokken wetsbepaling, waarin nu juist het initiatief is gelegd bij de persoon die de huurovereenkomst wil voortzetten, zulks niettegenstaande het feit dat aannemelijk is dat zich in de situatie waarop deze bepaling ziet, wel vaker het geval zal voordoen, dat de verhuurder uit de hem bekende gegevens kan afleiden dat de bedoelde persoon na het verstrijken van de bedoelde termijn in de woning wil blijven wonen (vgl. HR 21 maart 2003, nr. C02/012, NJ 2003, 591). De hierop gerichte klachten van het middel slagen derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7529ce9a2fc2ddb57407c7068e8c5d17a4492b4e31c762cd7e8839015d56086b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7529ce9a2fc2ddb57407c7068e8c5d17a4492b4e31c762cd7e8839015d56086b, en de alinea staat in dat document op bytes 12858 tot 14216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7529ce9a2fc2ddb57407c7068e8c5d17a4492b4e31c762cd7e8839015d56086b | shasum -a 256