Citaat | Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 28 Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL2120.
De litigieuze omzetbelasting is aan belanghebbende in rekening gebracht ter zake van een of meer aan haar verleende diensten die zij heeft gebruikt voor in het belastingtijdvak verrichte, belaste prestaties, te weten de verhuur van het kantoorpand aan de Stichting, die toen nog was uitgezonderd van de vrijstelling van omzetbelasting. Dit heeft tot gevolg dat die belasting in dat tijdvak geheel voor aftrek in aanmerking kwam. Daaraan kan - overeenkomstig het hierboven omschreven systeem van de Wet en de Zesde richtlijn - niet afdoen dat de verhuur na verloop van tijd wegens het aflopen van de termijn van de overgangsregeling niet langer uitgezonderd zou zijn van de vrijstelling van omzetbelasting. Voor een prorata-regeling, zoals door het Hof gehanteerd, bieden immers de Wet noch de hiervóór in 3.1.2 vermelde Wet van 18 december 1995 voldoende aanknopingspunten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdf737ab5a04ee71d7ad852ae6904f443d5e7fdbd7a66166a8506ebe2d5a5f07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdf737ab5a04ee71d7ad852ae6904f443d5e7fdbd7a66166a8506ebe2d5a5f07, en de alinea staat in dat document op bytes 14585 tot 15474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdf737ab5a04ee71d7ad852ae6904f443d5e7fdbd7a66166a8506ebe2d5a5f07 | shasum -a 256