Citaat | Hoge Raad 11 november 2003
Alinea 39 Hoge Raad 11 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4349.
3.4.1. Nu het onderzoek op 22 juli 2002 opnieuw is aangevangen, had het Hof niet alleen de vraag onder ogen te zien of de oproeping voor die terechtzitting, waar de verdachte niet was verschenen rechtsgeldig was betekend, maar diende het - nu de verdachte op de daaraan voorafgaande terechtzitting van 6 mei 2002 evenmin was verschenen - bij zijn onderzoek ook de vraag te betrekken of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord, is niet begrijpelijk in het licht van hetgeen hiervoor onder 3.2 sub (i) en (ii) uit de daar genoemde stukken is weergegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd, en de alinea staat in dat document op bytes 12490 tot 13179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd | shasum -a 256