Citaat | Hoge Raad 11 november 2003
Alinea 42 Hoge Raad 11 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4349.
Daarbij dient het volgende te worden opgemerkt. Het voorschrift van art. 412, tweede lid, Sv inzake de dagvaarding in hoger beroep heeft de strekking te voorkomen dat de verdachte in onzekerheid zou verkeren waarvoor hij zich in hoger beroep heeft te verantwoorden. Het doel van deze bepaling kan in het algemeen alleen dan worden bereikt, als in de dagvaarding in hoger beroep duidelijk en ondubbelzinnig vermeld staat voor welke hem in eerste aanleg tenlastegelegde feiten hij in hoger beroep terecht moet staan (vgl. HR 4 mei 1965, NJ 1965, 294). Een oproeping om op een nadere terechtzitting als verdachte te verschijnen behoeft niet aan deze eis te voldoen en de hiervoor onder 3.2 sub (iv) bedoelde oproeping voldoet daar ook niet aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd, en de alinea staat in dat document op bytes 14013 tot 14768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efffd9fdec0476415a60dde3c74dbcae7003024014f82c3be666dee286e2a7cd | shasum -a 256