Citaat | Hoge Raad 9 december 2003
Alinea 40 Hoge Raad 9 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 9 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6828.
5.4. Noch art. 14g Sr noch enige andere rechtsregel staat eraan in de weg dat het openbaar ministerie in opeenvolgende strafzaken ter zake van onderscheiden, voor het einde van de proeftijd begane strafbare feiten, een vordering tot tenuitvoerlegging van dezelfde voorwaardelijk opgelegde straf indient en dat daarop door de rechter (telkens), onverminderd het bepaalde in art. 14f Sr, enige in het eerste en tweede lid van art. 14g Sr bedoelde beslissing wordt gegeven. De omstandigheid dat dat kan leiden tot onderscheiden executoriale titels ter zake van de tenuitvoerlegging van een en dezelfde voorwaardelijk opgelegde straf, schaadt de belangen van de veroordeelde niet, aangezien een voorwaardelijke straf niet meer dan één maal kan worden geëxecuteerd. Wel ligt het in dat verband in de rede dat de rechter die kennis draagt van de omstandigheid dat reeds bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf is gelast, het openbaar ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk verklaart.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/026ede183c52237f70215dda7142335157e4b1fdd40348924eefd10c08249d87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 026ede183c52237f70215dda7142335157e4b1fdd40348924eefd10c08249d87, en de alinea staat in dat document op bytes 12711 tot 13794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/026ede183c52237f70215dda7142335157e4b1fdd40348924eefd10c08249d87 | shasum -a 256