Citaat | Hoge Raad 3 oktober 2003

Alinea 22 Hoge Raad 3 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6962.

3.3.3. Voorzover de klachten uitgaan van de opvatting dat voor het duurzaam ter beschikking hebben van een tehuis in de zin van artikel 4, lid 3, letter a, van het Verdrag noodzakelijk is dat het gebruik van de woning door de belastingplichtige berust op een (zakelijk of persoonlijk) recht, falen zij, omdat die opvatting onjuist is. De enkele omstandigheid dat een formele rechtsbetrekking tussen de belastingplichtige en de woning ontbreekt, vormt geen beletsel om aan te nemen dat hij daarover duurzaam de beschikking heeft. Wel is vereist dat de woning de belastingplichtige permanent als tehuis feitelijk ter beschikking staat, niet incidenteel voor bepaalde doeleinden en/of voor korte duur. Deze uitleg is in overeenstemming met de tekst van voormelde bepaling van het Verdrag en van artikel 4, lid 2, letter a, van het OESO-Modelverdrag van 1963, waaraan deze bepaling kennelijk is ontleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6caa6a3f1ecff60e74571253e09648ca03fa3231734ff723fe7527e0d41c727a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6caa6a3f1ecff60e74571253e09648ca03fa3231734ff723fe7527e0d41c727a, en de alinea staat in dat document op bytes 10777 tot 11690.