Citaat | Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 52 Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL7076.
3.3.3 Nu - naar het hof blijkens de hiervoor onder 3.3.2 vermelde overwegingen heeft vastgesteld - in het onderhavige geval geen sprake is geweest van een natuurlijke verbintenis, terwijl ook van een overeenkomst tussen partijen niet is gebleken, heeft de man - ingevolge art. 6:111 BW - recht op vergoeding van het nominale bedrag van de verstrekte gelden. Op grond van art. 6:121 BW is de vrouw bevoegd het bedrag van SFR 205.511,-- te voldoen in Nederlands geld. Art. 6:124 BW bepaalt dat de omrekening dan geschiedt naar de koers van de dag waarop de betaling plaatsvindt. In aanmerking genomen dat de bestreden beschikking geen aanwijzing inhoudt dat het hof van oordeel was dat toepassing van art. 6:124 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, geeft het oordeel van het hof dat de omrekening dient te geschieden naar de koers van het moment waarop de betaling door de man plaatsvond, blijk van een onjuiste opvatting omtrent laatstgenoemde bepaling. Ook de tweede klacht is derhalve terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a79731f59d51ba9a2a960e908fefd057ca9dde47b68a7e554454d3fbfceb22a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a79731f59d51ba9a2a960e908fefd057ca9dde47b68a7e554454d3fbfceb22a2, en de alinea staat in dat document op bytes 15553 tot 16602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a79731f59d51ba9a2a960e908fefd057ca9dde47b68a7e554454d3fbfceb22a2 | shasum -a 256