Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 37 Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8115.
3.4 Onderdeel 2 wordt evenwel terecht voorgesteld. Ingevolge art. 816 lid 3 Rv. zijn de art. 120 en 121 Rv. van overeenkomstige toepassing indien het exploot van betekening aan een gebrek lijdt. Dit brengt mee dat de rechtbank, nadat zij - naar uit het vorenoverwogene volgt terecht - had vastgesteld dat geen geldige betekening had plaatsgevonden en de vrouw niet een verweerschrift had ingediend, met overeenkomstige toepassing van art. 121 lid 2 Rv. de man niet zonder meer niet-ontvankelijk in zijn verzoek had behoren te verklaren, maar hem in de gelegenheid had moeten stellen het gebrek op zijn kosten te herstellen. Indien de rechtbank op de voet van art. 121 lid 3 Rv. zou hebben geoordeeld dat aannemelijk is dat het exploot de vrouw als gevolg van het gebrek niet heeft bereikt, had het zulks in haar beschikking moeten vermelden. Het hof heeft het voorgaande miskend door zich te beperken tot het oordeel dat de man het inleidend verzoekschrift niet geldig aan de vrouw heeft doen betekenen zonder te onderzoeken of de rechtbank gelegenheid had moeten bieden tot herstel van het gebrek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e476846bfdb02f23d01d16c408b7647c2022d3e4ed2d719389997023eba660aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e476846bfdb02f23d01d16c408b7647c2022d3e4ed2d719389997023eba660aa, en de alinea staat in dat document op bytes 12006 tot 13117.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e476846bfdb02f23d01d16c408b7647c2022d3e4ed2d719389997023eba660aa | shasum -a 256