Citaat | Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 57 Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8440.

Een schuldeiser kan, voorzover hier van belang, slechts een retentierecht op een zaak uitoefenen, indien hij houder van die zaak is - dat wil zeggen daarover direct of indirect de naar verkeersopvatting, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen feitelijke macht uitoefent - in dier voege dat, in de terminologie van art. 3:290 BW, "afgifte" nodig is om de zaak weer in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende te brengen. Het houderschap van de schuldeiser eindigt - zoals art. 3:294 naar analogie van art. 3:117 lid 2 meebrengt - niet zolang de zaak niet in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende komt. Deze regels gelden ook indien het gaat om een retentierecht op een onroerende zaak, met dien verstande dat hier in de regel de afgifte waardoor de zaak weer in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende wordt gebracht, geschiedt door haar te ontruimen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dbf7de89c61e55a671ce259a79989e6352634ea2a72d662623c98e2d57ac7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dbf7de89c61e55a671ce259a79989e6352634ea2a72d662623c98e2d57ac7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 15407 tot 16303.