Citaat | Hoge Raad 5 december 2003
Alinea 61 Hoge Raad 5 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8440.
Hoewel het incidentele beroep voorwaardelijk is ingesteld, zal de Hoge Raad dit onderdeel eerst behandelen, omdat het de verste strekking heeft. Het betoogt terecht dat het bedoelde kenbaarheidsvereiste een derde slechts in die zin tegen het retentierecht beoogt te beschermen, dat deze derde op het moment dat hij een recht op de betrokken onroerende zaak wil verkrijgen, bedacht kan zijn op het bestaan van een retentierecht en aldus (zijn tegenprestatie voor) het verkrijgen van dit recht kan afwegen tegen de mogelijkheid dat een retentierecht aan dit recht in de weg komt te staan. Deze ratio van het kenbaarheidsvereiste brengt mee dat derden met een ouder recht zich niet erop kunnen beroepen. Hun positie wordt beschermd door de bepaling van art. 3:291 lid 2, inhoudend dat de schuldeiser het retentierecht ook kan inroepen tegen derden met een ouder recht, indien zijn vordering voortspruit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot de zaak aan te gaan, of hij geen reden had om aan de bevoegdheid van de schuldenaar te twijfelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dbf7de89c61e55a671ce259a79989e6352634ea2a72d662623c98e2d57ac7ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dbf7de89c61e55a671ce259a79989e6352634ea2a72d662623c98e2d57ac7ee, en de alinea staat in dat document op bytes 17570 tot 18651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dbf7de89c61e55a671ce259a79989e6352634ea2a72d662623c98e2d57ac7ee | shasum -a 256