Citaat | Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 43 Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8442.

3.4.2 Het middel faalt. Hetgeen het hof in rov. 4.8 tot uitgangspunt heeft genomen, in aansluiting op hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in de tweede alinea van rov. 3.2 van zijn arrest van 18 juni 1993, nr. 15015, NJ 1994, 347, is in cassatie terecht niet bestreden. Voorts heeft het hof, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat in verband met de redelijkheid en billijkheid van een patiënt verlangd kan worden om ook na beëindiging van een medische behandelingsovereenkomst binnen redelijke grenzen het nodige te doen om de schade die de arts tijdens de behandeling heeft opgelopen, te beperken. In het licht van dit een en ander geeft het door het middel bestreden, nauw met waarderingen van feitelijke aard verweven, oordeel van het hof, dat [eiser] gehouden was medewerking te verlenen aan het door [verweerder] verlangde bloedonderzoek, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Van dat oordeel behoefde het hof zich door de in het middel genoemde feiten en omstandigheden niet te laten weerhouden, en evenmin behoefde dat oordeel nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec07a91676d56bf7a69286d0abd972bb7a1688e555a77c299c6a879297e0f386. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec07a91676d56bf7a69286d0abd972bb7a1688e555a77c299c6a879297e0f386, en de alinea staat in dat document op bytes 14044 tot 15119.