Citaat | Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 37 Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL9062.

3.5. Er is onvoldoende grond om aan te nemen dat art. 40, tweede lid sub b onder iii, Verdrag inzake de rechten van het kind ten aanzien van de termijn waarbinnen een strafzaak tegen een jeugdige moet worden berecht, andere, verder gaande, eisen stelt dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c773aeb5134cabb1dfbcca336a333f10d9170f171d2f7106283ba65b82117795. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c773aeb5134cabb1dfbcca336a333f10d9170f171d2f7106283ba65b82117795, en de alinea staat in dat document op bytes 10289 tot 10611.