Citaat | Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 11 Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM0215.

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 7 oktober 1999, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep en de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 4 en 7 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 3. primair "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod", 5. "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is" en 6. "opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst" veroordeeld tot vier jaren en negen maanden gevangenisstraf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51a50b2f9017dd365f2f4af0617d99656a3c2a1cc86a2dd5450b4832d07de495. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51a50b2f9017dd365f2f4af0617d99656a3c2a1cc86a2dd5450b4832d07de495, en de alinea staat in dat document op bytes 5092 tot 5982.