Citaat | Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 31 Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM0244.

De kantonrechter is van oordeel dat de innerlijke bedoeling van degene die reclame maakt een niet zo prominente plaats toekomt als door de raadsman betoogd. Het gaat immers niet zozeer om de subjectieve wil van degene die handelt, maar om de strekking van de handeling, zoals die in het maatschappelijk verkeer moet worden verstaan. Hiervoor is de ratio van het reclameverbod doorslaggevend: indien van de herhaalde verwijzing naar de naam Xenical(r) het effect kan uitgaan dat een consument of patiënt zijn arts met nadruk vraagt het betrokken geneesmiddel voor te schrijven (de pull-policy van [verdachte], blz 18 van het Marketing Plan) moet de promotionele bedoeling van de gebruiker van die naam worden verondersteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62, en de alinea staat in dat document op bytes 10213 tot 10949.