Citaat | Hoge Raad 25 november 2003
Alinea 40 Hoge Raad 25 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM0244.
4. In de bestreden beslissingen heeft de rechtbank te Zwolle, sector kanton, overwogen dat de uitleg van het begrip "publiek" niet geplaatst dient te worden in de context van de omvang van de geadresseerden of het aantal aanwezigen op de Obesitasdag en dat bij die uitleg evenmin van belang is of belangstellenden zich dienden aan te melden voor deelname aan de dag. De rechtbank was van mening dat de uitleg van het begrip geplaatst dient te worden in de sleutel van de tegenstelling die in de richtlijn en het Reclamebesluit geneesmiddelen wordt gemaakt tussen "publiek" en "beroepsbeoefenaren". Naar het oordeel van mijn cliënten is die uitleg niet juist en kan rechtens niet aanvaard worden dat "iedere reclame-uiting die niet uitsluitend is gericht op de beroepsbeoefenaren (...) tot publieksreclame gerekend (zal) moeten worden". De rechtbank heeft dan immers over het hoofd gezien, dat met de door hem voorgestane uitleg niet te verenigen is dat het Reclamebesluit zelf toelaat dat uitingen, die volgens het oordeel van de rechtbank als "publieksreclame" moeten worden aangemerkt, verspreid worden indien daartoe uitdrukkelijk een verzoek wordt gedaan: informatie over geneesmiddelen mag immers direct ter beschikking worden gesteld indien daarom wordt gevraagd. Mijn cliënten stellen derhalve dat de uitleg die de rechtbank heeft gegeven aan het begrip "publiek" door die uitleg te plaatsen in de sleutel van de tegenstelling tussen "publiek" en "beroepsbeoefenaren" de toepasselijke voorschriften naar inhoud, aard en strekking heeft miskend. Onjuist is dan ook in de visie van mijn cliënten dat de aanwezigen op de Obesitasdag als "publiek" zijn aangemerkt omdat zij geen "beroepsbeoefenaren" zijn, zoals de rechtbank heeft uitgesproken. Naar het oordeel van mijn cliënten had de rechtbank moeten nagaan of de aanwezigen op de Obesitasdag - gelet op de waarborgen waarmee de toegang tot de dag was omgeven - konden worden aangemerkt als "het brede publiek" of "the general public". Voor een onderzoek naar dat verschil bestond eens temeer aanleiding waar mijn cliënten, zoals zij dat ook vandaag hebben gedaan, gewezen hebben op de uitleg die de Reclamecode Commissie en haar Commissie van Beroep en de Codecommissie van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame aan het begrip "reclame" geven: in alle aangehaalde regelingen en uitspraken is grondgedachte dat een uiting die niet in openbaarheid plaatsvindt, of, anders gezegd, die gedaan wordt in een besloten kring, niet als "reclame" wordt aangemerkt. Aan het vorengaande wordt nog toegevoegd dat in de uitleg die de rechtbank heeft gegeven, de woordkeus van de Engelse versie van de richtlijn die spreekt van "the general public" zonder betekenis is: wordt de uitleg van de rechtbank gevolgd dan zou de richtlijn hebben kunnen spreken van "the public". In de overwegingen van de rechtbank heeft ten slotte een rol gespeeld dat naar het oordeel van de rechtbank eenieder die zich op de dag zelf spontaan zou hebben gemeld voor deelname, tot de dag toegelaten zou zijn. Voor die overweging is geen bewijs bijgebracht. Onverminderd de consequenties die aan het gebrek aan bewijs dienen te worden verbonden, willen mijn cliënten naar voren brengen dat zelfs als juist zou zijn dat iemand die zich spontaan had gemeld tot de dag was toegelaten, de rechtbank voorbij heeft gezien aan de betekenis die gehecht dient te worden aan de uiting van die spontane bezoeker aan de dag te willen deelnemen: met die uiting zou kenbaar zijn gemaakt dat die bezoeker informatie verlangt over een menselijke aandoening en daarmee had willen deelnemen aan een bijeenkomst die voor een in omvang beperkte groep werd georganiseerd door anderen dan mijn cliënten. Met die uiting zou de spontane bezoeker dus lid van de besloten kring zijn geworden zodat ook in dat geval geen sprake is van "the general public" of "het brede publiek". Mijn cliënten roepen in herinnering dat noch op affiches waar de dag werd aangekondigd, noch aan de buitenkant van de zaal direct of indirect enige verwijzing naar een receptplichtig geneesmiddel zichtbaar was."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62, en de alinea staat in dat document op bytes 15312 tot 19418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62 | shasum -a 256