Citaat | Hoge Raad 25 november 2003

Alinea 56 Hoge Raad 25 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM0244.

3.10.3. Beide regelingen kunnen redelijkerwijs niet anders worden begrepen dan dat geneesmiddelenreclame die niet is gericht tot beroepsbeoefenaren en naar normaal spraakgebruik moet worden opgevat als in het algemeen op het publiek gericht, moet worden beschouwd als op het 'publiek' gerichte reclame in de zin van het Reclamebesluit. Daarmee strookt dat aan geneesmiddelenreclame het karakter van zodanige publieksreclame niet komt te ontvallen in het geval de reclame wordt gemaakt in een besloten bijeenkomst van (een in omvang beperkte groep van) niet-beroepsbeoefenaren en ook niet in het geval op uitdrukkelijk verzoek van (een in omvang beperkte groep van) niet-beroepsbeoefenaren aan deze(n) geneesmiddelenreclame wordt verschaft of onder hen wordt verspreid. Bij een andere opvatting zou het verbod gemakkelijk kunnen worden ontdoken en daarmee ineffectief worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a035a63990cd28f5915e18a42641268abd3a24b6c31fc86630762c8253bcb62, en de alinea staat in dat document op bytes 24716 tot 25611.