Citaat | Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 31 Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2313.

3.2 Ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen het arrest van het hof, dat is gewezen op 27 februari 2002 en derhalve na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580, tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, zijn de bij die wet vastgestelde bepalingen van toepassing (HR 31 januari 2003, C02/175 en C02/187, RvdW 2003, 32 en 33). Het vonnis van de rechtbank waarbij een comparitie van partijen is gelast, is een tussenvonnis. Derhalve moet het arrest van het hof waarbij het vonnis van de rechtbank is bekrachtigd, worden aangemerkt als een tussenarrest. Nu het gaat om een tussenarrest, kan volgens het hier toepasselijke art. 401a lid 2 Rv. beroep in cassatie van dit arrest slechts tegelijk met dat van het eindarrest na een eventueel hoger beroep van een eindvonnis van de rechtbank worden ingesteld, aangezien het hof niet anders heeft bepaald en de overige in dit artikel vermelde uitzonderingen evenmin van toepassing zijn. [Eiser] kan derhalve in zijn cassatieberoep niet worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1456b2e9ac64095cf4148e33271dace97c2e5d7c9faa19c82a8f44d174a4bb5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1456b2e9ac64095cf4148e33271dace97c2e5d7c9faa19c82a8f44d174a4bb5f, en de alinea staat in dat document op bytes 8575 tot 9665.