Citaat | Hoge Raad 28 november 2003

Alinea 58 Hoge Raad 28 november 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2314.

3.5 De hiervoor in 3.1(vi) aangehaalde verklaring van mr. Veldjesgraaf, gelezen in samenhang met de in 3.1(v) aangehaalde brief van mr. Drion, laat geen andere uitleg toe dan dat mr. Veldjesgraaf, als advocaat van [verweerster] in eerste aanleg, namens deze verklaart dat [verweerster] met het oog op de betekening van de onderhavige appeldagvaarding domicilie heeft gekozen ten kantore van zijn kantoorgenoot mr. Tuinman. Voor zover in het oordeel van het hof besloten ligt dat een zodanige verklaring niet rechtsgeldig door een daartoe gevolmachtigde vertegenwoordiger kan worden afgelegd, heeft het hof van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven omdat volmachtverlening in het onderhavige geval op grond van art. 3:60 lid 1 in verbinding met art. 3:79 BW, wel degelijk mogelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130fdd85d5c5f474638f68b5bf6873b156936ca31f2edd05a1f49d5f15af4656. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130fdd85d5c5f474638f68b5bf6873b156936ca31f2edd05a1f49d5f15af4656, en de alinea staat in dat document op bytes 14552 tot 15355.