Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 44 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2379.

3.5.3 Voor zover het hof de stelling van de man heeft verworpen op grond van hetgeen hiervoor in 3.2 (c) is vermeld, getuigt zijn oordeel van een onjuiste rechtsopvatting dan wel heeft het hof dit oordeel niet toereikend gemotiveerd. Van een onjuiste rechtsopvatting is sprake indien het hof ervan is uitgegaan dat (noodzakelijke) reserveringen en investeringen in een bedrijf, zoals dat van de man, steeds leiden tot vermogensvorming en daarom altijd moeten worden meegerekend bij de bepaling van de welstand van partijen tijdens hun huwelijk. Mocht het hof niet van deze opvatting zijn uitgegaan, dan had het nader moeten motiveren waarom - anders dan de man aan de hand van gemotiveerde stellingen heeft betoogd - deze reserveringen en investeringen in het onderhavige geval moeten worden meegerekend bij het bepalen van de welstand waarin partijen hebben geleefd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/276243d320bdaf3dac50e04e45a04a66f2e9bc0e049b83a789b776cdb79a4407. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 276243d320bdaf3dac50e04e45a04a66f2e9bc0e049b83a789b776cdb79a4407, en de alinea staat in dat document op bytes 14416 tot 15296.