Citaat | Hoge Raad 16 december 2003
Alinea 27 Hoge Raad 16 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7635.
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de officier van justitie ten tijde van de afgifte van het bevel afname celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek op 10 januari 2002 redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen dat er ernstige bezwaren, in de zin van artikel 151b van het Wetboek van Strafvordering, tegen verdachte aanwezig waren. Op basis van de verklaring van de getuige [getuige] kon het waarschijnlijk geacht worden dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op 10 maart samen "iets" gedaan hadden. Als dan vervolgens een DNA-spoor van de medeverdachte wordt aangetroffen in de vluchtauto die is gebruikt bij de overval op 10 maart 2001 levert dit samen met de verklaring van [getuige] voldoende ernstige bezwaren op, ook jegens verdachte ter zake van betrokkenheid bij de overval in Ter Aar op 10 maart 2001. Het hof is van oordeel dat de officier van justitie derhalve bevoegd was om gebruik te maken van zijn bevoegdheid ex artikel 151b, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1, en de alinea staat in dat document op bytes 9588 tot 10617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1 | shasum -a 256