Citaat | Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 28 Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7635.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het bepaalde in artikel 151b, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering is geschonden, nu niet is gebleken dat de komst van de raadsman niet kon worden afgewacht. Deze schending is echter niet zodanig dat deze moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting. Verdachte heeft al in een eerder stadium van het onderzoek overleg gehad met zijn raadsman over de inhoud van een DNA-onderzoek en de mogelijke consequenties van het al dan niet vrijwillig meewerken aan een dergelijk onderzoek. Niet kan worden gesteld dat de verdachte onder deze omstandigheden in zijn verdediging is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1, en de alinea staat in dat document op bytes 10625 tot 11320.