Citaat | Hoge Raad 16 december 2003

Alinea 30 Hoge Raad 16 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7635.

3.4. Het hiervoor onder 3.2 weergegeven geheel subsidiair gevoerde verweer kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat het ertoe strekt dat indien de gestelde inbreuken op de wettelijke regeling van het DNA-onderzoek niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging of tot bewijsuitsluiting, deze vormverzuimen strafvermindering tot gevolg dienen te hebben. Het Hof, dat heeft geoordeeld dat sprake was van een inbreuk op art. 151b, tweede lid, Sv, heeft ten onrechte op dat verweer niet een gemotiveerde beslissing gegeven. Dit verzuim behoeft echter niet tot cassatie te leiden omdat het Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen nu het Hof, zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk, heeft geoordeeld dat de verdachte door de schending van het bepaalde in art. 151b, tweede lid, Sv niet in zijn verdediging is geschaad, waardoor er geen sprake is van nadeel als bedoeld in art. 359a, eerste lid onder a, Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9decb0f18697c18e3970939aa67a25338aedab13d882ee3a058a017193561d1, en de alinea staat in dat document op bytes 11571 tot 12581.