Citaat | Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 70 Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7818.

Het hof heeft de beslissing van de Generale Commissie, in het bijzonder de overwegingen 6.10 en 6.11, kennelijk aldus begrepen dat de Commissie van oordeel is geweest dat de Kerkorde van 1951 beoogde mede regels te stellen ter zake van het beheer van het vermogen van de tot de Kerk behorende gemeenten, doch dat daarbij in de overgangsbepaling 26 een uitzondering werd gemaakt voor (onder meer) de vrij-beheergemeenten, aan welke situatie evenwel, blijkens art. 367 van de Kerkorde 1951, te allen tijde door de Generale Synode, door wijziging van de Kerkorde, een einde gemaakt zou kunnen worden. In de rov. 24 en 25 heeft het hof geoordeeld dat en waarom het die door de Generale Commissie gegeven uitleg van de Kerkorde 1951 op dit punt niet onaanvaardbaar acht. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Nu, naar uit het debat van partijen blijkt, de Gemeenten ervan uitgaan dat de Kerkorde 1951 in beginsel voor hen geldt, is 's hofs oordeel dat zij eveneens aan de Kerkordewijziging van 1991 gebonden zijn, evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca5f0bcd15cbbb0aded19862dd4dee368cfda19759f7f7c5c3a0e3f4760d7a35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca5f0bcd15cbbb0aded19862dd4dee368cfda19759f7f7c5c3a0e3f4760d7a35, en de alinea staat in dat document op bytes 23682 tot 24725.