Citaat | Hoge Raad 16 december 2003
Alinea 23 Hoge Raad 16 december 2003
Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN8263.
3.3. Dit oordeel van de Rechtbank komt daarop neer dat de omstandigheid dat tegen de opgeëiste persoon hier te lande een strafvervolging is ingesteld ter zake van feiten die ook in het verzoek tot uitlevering zijn betrokken, aan een toelaatbaarverklaring van de uitlevering door de uitleveringsrechter niet in de weg staat. Dat oordeel is, gelet op het bepaalde in de art. 8 en 9 van het Europees Uitleveringsverdrag (EUV) juist (vgl. HR 25 juli 2000, LJN ZD 1984). De beoordeling of (vervolgens) de uitlevering in verband met een lopende strafvervolging niet kan worden toegestaan komt toe aan de Minister van Justitie. In zoverre faalt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bd2a2d14fb848ec4ef5e005c8e9cffca7eb0ca9623901680dc9506cbd462f63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bd2a2d14fb848ec4ef5e005c8e9cffca7eb0ca9623901680dc9506cbd462f63, en de alinea staat in dat document op bytes 9366 tot 10029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bd2a2d14fb848ec4ef5e005c8e9cffca7eb0ca9623901680dc9506cbd462f63 | shasum -a 256