Citaat | Hoge Raad 28 november 2003
Alinea 36 Hoge Raad 28 november 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN8489.
3.3 Naar blijkt uit het onder 1 weergegeven procesverloop in de feitelijke instanties heeft het hof met juistheid geoordeeld dat ingevolge art. VII lid 2 van de Wet tot herziening van het burgerlijk procesrecht het oude procesrecht van toepassing is op de vraag of de moeder tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Op deze zaak zijn derhalve de art. 798 e.v. (oud) Rv. van toepassing. Ingevolge art. 806 lid 1, aanhef en onder a, (oud) Rv. bedroeg de appeltermijn voor de moeder in het onderhavige geval twee maanden na de dag van de uitspraak. Het hof heeft dus op zichzelf met juistheid geoordeeld dat de moeder na het verstrijken van de appeltermijn in hoger beroep is gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/162ee9397270cfc664565b1d0843ed0ee2da52ea88b9a4f3b8e041942ab87454. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 162ee9397270cfc664565b1d0843ed0ee2da52ea88b9a4f3b8e041942ab87454, en de alinea staat in dat document op bytes 12337 tot 13027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/162ee9397270cfc664565b1d0843ed0ee2da52ea88b9a4f3b8e041942ab87454 | shasum -a 256