Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 102 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

3.4.12. Daarnaast moet ten aanzien van het karakter van de onderliggende feiten, met het oog op het onder 3.4.4 bedoelde verweer en de vorenbedoelde bepalingen van het EVT alsmede het hiervoor onder 3.4.9 genoemde evenredigheidsvereiste, geldend ten aanzien van relatieve politieke delicten, het volgende worden vastgesteld. Uit de uiteenzetting van de feiten blijkt dat het oogmerk van de organisatie was gericht op gewapende aanvallen met gebruikmaking van handgranaten, bazooka's, automatische wapens en een mijn. Die uiteenzetting houdt voorts in dat in een aantal gevallen het geweld ook gericht was tegen burgers die buiten de strijd tussen de PKK en de Turkse strijdkrachten stonden en die soms kennelijk het enige doelwit zijn geweest. Enkele van die (aanvals-)wapens zijn geschikt om meer personen tegelijk te doden of te verwonden, terwijl uit de uiteenzetting der feiten blijkt dat als gevolg van die acties daadwerkelijk vele personen zijn gedood of verwond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 38656 tot 39639.