Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 108 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
3.5.2. Deze bewering treft geen doel nu door of namens de opgeëiste persoon niet is aangetoond dat zij niet schuldig kan zijn aan bedoelde feiten, zoals art. 26, derde lid, UW eist. Daarbij tekent de Hoge Raad aan dat weliswaar is aangevoerd dat de opgeëiste persoon zich niet heeft schuldig gemaakt en zich niet kan hebben schuldig gemaakt aan de onderliggende feiten welke door de PKK zouden zijn begaan, doch niet dat de opgeëiste persoon in het tijdvak waarin deze feiten zijn begaan, geen deel zou hebben uitgemaakt van (het bestuur van) de PKK.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 41031 tot 41597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256