Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 126 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

7. Omdat de opgeëiste persoon ook op de zitting van 10 oktober 2003 niet is verschenen en van haar geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland beschikbaar was, heeft de Hoge Raad aldaar tot aanhouding van de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd besloten met bevel tot de gevangenneming van de opgeëiste persoon. Daarbij heeft de Hoge Raad bepaald dat de behandeling van de zaak eerst zal worden voortgezet wanneer de gevangenneming van de opgeëiste persoon geëffectueerd is. Dit kennelijk om de verschijning van de opgeëiste persoon ter zitting te verzekeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 45462 tot 46053.