Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 127 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

8. Vervolgens is bij brief van 5 januari 2004 door de raadsman van de opgeëiste persoon te kennen gegeven dat de opgeëiste persoon "doorgang van haar uitleveringszaak wenselijk acht" en derhalve Uw Raad verzoekt "op korte termijn een zittingsdatum te bepalen zodat de behandeling van de uitleveringszaak kan worden voortgezet". Aldus geschiedde. Ter zitting van vandaag zullen we - onder het proviso van de daadwerkelijke verschijnig van de opgeëiste persoon - eindelijk aan de inhoudelijke behandeling van deze zaak toe kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 46073 tot 46623.