Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 141 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
12. De feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht zijn in de onder 9 en 10 genoemde stukken met voldoende nauwkeurigheid weergegeven, inclusief vermelding van plaats en tijd van die feiten, zodat aan de in artikel 12, eerste lid, EUV neergelegde vereisten is voldaan. Ik verwijs hiervoor naar mijn conclusie vóór het tussenarrest van 17 juni 2003. Voor zover de verdediging het verweer met betrekking tot de ongenoegzaamheid van de stukken, zoals dat ter zitting bij de rechtbank van 26 november 2002 is gevoerd, zou mogen herhalen, dan dient dat derhalve verworpen te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 48940 tot 49534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256