Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 153 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

24. Het behoeft geen betoog dat beantwoording van deze kwalificatievraag politiek gevoelig ligt. Tot dusver heeft de Nederlandse regering zich bij mijn weten niet in dergelijke juridische bewoordingen over het Turks-Koerdische conflict uitgelaten. Ik meen dat een advocaat-generaal bij de Hoge Raad niet de meest aangewezen persoon is om zich hier als eerste over uit te laten. Wanneer Uw Raad mij desondanks zou vragen stelling te nemen in dezen, dan zou mijn keuze zijn ervan uit te gaan dat het conflict tussen de PKK en de Turkse Staat niet als een intern gewapend conflict in de zin van art. 3 van de Geneefse Conventies (hierna: een intern gewapend conflict) dient te worden beschouwd, maar dat 'slechts' sprake is van interne onlusten en ongeregeldheden. Ik zal hieronder uiteenzetten waarom ik tot dat oordeel kom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 58284 tot 59119.