Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 213 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

50. Voor de beantwoording van deze vraag is uiteraard van belang te weten of het delict waarvoor uitlevering wordt gevraagd een politiek delict vormt. Alvorens ik daar aan toe kom, zal ik evenwel eerst enkele algemene beschouwingen aan de politieke exceptie wijden; daarna zal ik ingaan op de algemene vraag wanneer van een politiek delict gesproken wordt. Vervolgens komen we dan uit bij het antwoord op de vraag of het onderhavige delict een politiek delict is. Ik wil wel opmerken dat het onderwerp van de politieke exceptie zich leent voor een zeer uitgebreide studie. Zowel in de (internationale) literatuur als rechtspraak komt het onderwerp uitvoerig aan de orde, terwijl de ontwikkelingen bovendien niet stil staan.(32) Ik heb mij evenwel noodgedwongen en met het oog op de overzichtelijkheid beperkt tot hetgeen in het kader van onderhavige zaak direct van belang is. Wij houden ons hier met een concreet uitleveringsverzoek bezig en niet met een academische kwestie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 82218 tot 83207.