Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 215 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
52. In de loop der tijd zijn evenwel steeds meer staten tot de ontdekking gekomen dat een onbeperkt uitleveringsverbod voor politieke delicten wellicht van een wat al te idealistisch wereldbeeld uitgaat.(35) Het gevolg van deze uitleveringsexceptie is immers dat ook politieke delinquenten die letterlijk 'over lijken gaan' onderdak kunnen vinden in een andere staat zonder dat zij voor vervolging van hun daden behoefden te vrezen. Immers, een eventueel uitleveringsverzoek zou afstuiten op de politieke exceptie en vervolging in de onderdak biedende staat zou meestentijds uitgesloten zijn vanwege het ontbreken van rechtsmacht.(36) Deze constatering en wellicht ook de opkomst van terroristische organisaties als de IRA en de ETA, en in de jaren zeventig van de vorige eeuw van de Rote Armee Fraktion en de Brigati Rossi er onder meer toe geleid dat in een aantal verdragen een uitzondering op de exceptie werd ingevoerd. Vgl. Remmelink, o.c., p. 121.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 84419 tot 85387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256