Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 229 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
55. Swart wijst erop dat de gedragingen uit art. 1 ETV zich in drie opzichten onderscheiden van andere gedragingen: (1) het gemeen gevaar dat er door ontstaat voor het leven, de vrijheid of de lichamelijke integriteit van personen, (2) het toebrengen van schade aan personen die niets hebben uitstaan met de achterliggende motieven, en (3) het gebruik van wrede of verraderlijke middelen bij het plegen van het feit. Deze kenmerken rechtvaardigen een depolitisering(o.c., p. 272). Swart wijst er terecht op dat deze ontwikkeling en de verandering in het denken over de politieke exceptie beïnvloed is door het humanitaire oorlogsrecht. Uitgangspunt van het humanitaire oorlogsrecht is, zoals hierboven in het kader van de dubbele strafbaarheid ook al aan de orde kwam, onder meer een onderscheid tussen strijdende partijen enerzijds en de niet bij het conflict betrokken burgerbevolking anderzijds en bovendien een onderscheid tussen geoorloofde en ongeoorloofde gevechtstechnieken en strijdmiddelen (o.c., p. 250). Diezelfde uitgangspunten zijn, gelet op het Explanatory Report bij het ETV, terug te vinden in art. 1 en 2 en rechtvaardigen een uitzondering op het uitleveringsverbod voor politieke delicten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 88630 tot 89852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256