Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 246 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

71. Ter zitting bij de rechtbank is uitvoerig bepleit dat in casu de politieke exceptie aan uitlevering in de weg zou moeten staan (p. 38 e.v. pleitnotities). Daartoe is primair aangevoerd dat de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd naar Nederlands recht te kwalificeren zijn onder art. 93 Sr, te weten een aanslag tegen de Staat (om een deel van het Rijk af te scheiden). Nu dit een absoluut politiek delict is, zou uitlevering zonder meer ontoelaatbaar zijn, aldus de verdediging. Subsidiair is bij de rechtbank aangevoerd dat, indien de feiten zouden worden gekwalificeerd onder art. 140 Sr, sprake is van een connex delict, omdat de samenhang tussen het "gronddelict" (art. 140 Sr) en het "accessoire delict" (art. 93 Sr) volgens de verdediging dermate "nauw en rechtstreeks" is dat gezegd kan worden dat het gronddelict gepleegd is om een absoluut politiek delict mogelijk te maken. Uiterst subsidiair is aangevoerd dat, ook als de onderliggende feiten niet onder art. 93 Sr zouden kunnen worden gekwalificeerd, sprake zou zijn van een politiek delict en wel van een relatief politiek delict (p. 44 pleitnotities).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 100318 tot 101456.