Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 257 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
80. Om te beginnen met de eerste vraag. Hoewel de formulering "de Regering" wellicht anders zou doen vermoeden, is het niet de minister van Justitie, maar de uitleveringsrechter die dient te bepalen of een strafbaar feit op basis van dit voorbehoud al dan niet als politiek feit kan worden aangemerkt. De minister van Justitie is aan dit oordeel gebonden. Voor dit standpunt is steun te vinden in de wetsgeschiedenis van de goedkeuringswet van het ETV. Vgl. Swart, o.c., p. 278 en TK (1981-1982) 15 971 (R1132), nr. 10 (MvA), p. 10, 25, 56, 69 en TK (1983-1984) 15 971 (R1132), nr. 14 (Nota n.a.v. het Eindverslag), p. 24 en EK (1984-1985) 15 971 (R1133), nr. 20a (MvA), p. 8. Anders: Remmelink, o.c., p. 123.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 107547 tot 108269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256