Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 272 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
90. Ook in casu zie ik een dergelijk direct verband niet. Maar los van de vraag of dit verband voor een 'buitenstaander' helder is, meen ik dat noch de leden van de PKK die de aanslagen hebben uitgevoerd, noch de opgeëiste persoon in redelijkheid kunnen hebben menen dat het plegen van een aanslag op een kantoor van de gendarmerie(54) aan de grote weg in Sirnak (aanval 'd') of het plaatsen van een mijn op de weg (s), laat staan een gewapende aanval op het dorp Oymakaya (aanval 'g') - om maar enkele voorbeelden te noemen - rechtstreeks tot het beoogde einddoel van de PKK, te weten een onafhankelijke en socialistische Koerdische Staat konden leiden.(55) Daarbij wijs ik wederom op het feit dat de opvolger van de PKK, de KADEK, heeft aangegeven de politieke weg te willen bewandelen en de gewapende strijd te staken, hoewel dit inmiddels naar het schijnt weer achterhaald is.(56) Het gaat dus om een zekere objectivering van het effectiviteitsoordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 116037 tot 117007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256