Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 280 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
95. Ook in Duitsland speelt de ernst van het gepleegde delict een grote rol. Zo groot zelfs, dat in art. 6 van de Duitse uitleveringswet (Gesetz über die internationale Rechtshilfe in Strafsachen, IRG), een uitzondering op het uitleveringsverbod voor politieke delicten is opgenomen: wanneer de opgeëiste persoon wordt vervolgd wegens (poging tot) volkenmoord, moord of doodslag of deelname aan deze misdrijven is de uitlevering toelaatbaar ondanks een eventueel politiek motief.(64) De uitzondering voor zogenaamde "Tötungshandlungen" berust op de gedachte dat in die gevallen "der kriminelle Gehalt den politischen Gehalt der Tat stets überwiegt". Vgl. de wetsgeschiedenis van de IRG: Deutscher Bundestag 9. Wahlperiode, Drucksache 9/1338, p. 39 en Beck'sche Kurz Kommentare, Band 47, Internationale Rechtshilfe in Strafsachen, 1998, § 6, aant. 23.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 122762 tot 123630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256