Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 291 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
106. Tenslotte wijs ik erop dat een, gestaafd, verweer inhoudende dat een gegronde vrees bestaat dat de verzoekende staat de specialiteitsregel niet zal respecteren, onder omstandigheden voor de minister van Justitie aanleiding kan zijn om de gevraagde uitlevering te weigeren dan wel van de verzoekende staat garanties te vragen dat die regel in acht zal worden genomen. Vgl. HR 28 maart 2000, NJ 2000, 367 en Handboek Strafzaken, § 91.11.14. Tot ontoelaatbaarheid kan zo'n verweer in ieder geval niet leiden, nu een oordeel hierover niet toekomt aan de uitleveringsrechter. Deze kan eventueel zijn oordeel omtrent het aangevoerde neerleggen in zijn aan de minister van Justitie uit te brengen advies. Hetgeen door de verdediging in dit verband bij de rechtbank is aangevoerd, is mijns inziens evenwel thans nog onvoldoende gespecificeerd om Uw Raad tot een dergelijk advies te verleiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 131585 tot 132488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256