Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 292 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
107. Voorts is door de verdediging aangevoerd dat de opgeëiste persoon het reëel risico loopt te worden onderworpen aan een behandeling in strijd met art. 3 EVRM en art. 3 Verdrag tegen foltering. Daartoe is een beroep gedaan op een rapport van deskundige E.J. Zürcher en een brief van Amnesty International.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 132508 tot 132832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256