Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 294 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

109. Ter zitting bij de rechtbank is betoogd dat een oordeel over een mogelijke schending van art. 3 EVRM niet aan de minister van Justitie zou mogen worden overgelaten. Dat standpunt is door Uw Raad recent nog nadrukkelijk verworpen. Vgl. HR 20 mei 2003, NJ 2004, 41. Nu bovendien niet is gesteld en ook niet vast is komen te staan dat de opgeëiste persoon in verband met deze zaak reeds is gefolterd, bestaat ook in dit verband geen uitleveringsbeletsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 133562 tot 134032.