Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 298 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
113. Nog daargelaten dat in casu niet gestaafd is aangevoerd dat de opgeëiste persoon wordt vervolgd vanwege het feit dat zij Koerdische is: een eventueel oordeel hierover is aan de minister van Justitie voorbehouden en komt niet toe aan de rechter die over de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek oordeelt. Vgl. bijv. HR 21 juni 1988, NJ 1989, 215.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 136737 tot 137108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256