Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004
Alinea 320 Hoge Raad 7 mei 2004
Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.
128. Ik concludeer dan ook dat de feiten waarvoor uitlevering is gevraagd zullen worden gekwalificeerd onder art. 140 Sr en art. 93 Sr en/of 289 Sr en/of art. 303 Sr, j° art. 47 Sr, en dat Uw Raad, onder aanhaling van de relevante wets- en verdragsartikelen, de uitlevering toelaatbaar zal verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 147534 tot 147848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b | shasum -a 256