Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 347 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

12 Vergelijkbaar hiermee is dat - vanwege aan het antwoord verbonden rechtspositionele consequenties - de vraag of van een strafvervolging in de zin van art. 6 EVRM kan worden gesproken ook niet aan het nationale recht wordt overgelaten (EHRM in de Engel- en Öztürk-zaken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 153340 tot 153628.