Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 74 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

Uit de wordingsgeschiedenis van genoemd art. 3 blijkt dat de totstandkoming van die bepaling voortvloeide uit de wens om regels van het op internationale gewapende conflicten van toepassing zijnde humanitair oorlogsrecht, neergelegd in genoemde Conventies, welke als essentieel worden erkend door beschaafde Naties, ook van toepassing te doen zijn op een intern gewapend conflict. Het doel daarvan was dus de bescherming van bedoelde personen in geval van een intern gewapend conflict en tevens het leggen van een juridische basis voor interventies van menslievende aard door het Internationale Rode Kruis of enige andere onpartijdige internationale hulpverleningsorganisatie, zonder dat deze interventies zouden kunnen worden aangemerkt als een ongeoorloofde inmenging in de interne aangelegenheden van de bij het conflict betrokken Staat. Art. 3 houdt minimumnormen in waaraan de strijdende partijen zich jegens meerbedoelde personen hebben te houden en strekt, zoals opgemerkt, ter bescherming van hen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 27583 tot 28601.