Citaat | Hoge Raad 7 mei 2004

Alinea 81 Hoge Raad 7 mei 2004

Een alinea uit Hoge Raad 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF6988.

3.4.1. Namens de opgeëiste persoon is betoogd dat de feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd, moeten worden aangemerkt als politieke delicten dan wel daarmee samenhangende feiten - een en ander in de zin van art. 3, eerste lid, EUV - zodat de verzochte uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard. Ter staving van dit verweer is primair aangevoerd dat de feiten naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld in art. 93 Sr, dan wel - naar in het verweer besloten ligt - in art. 96 in verbinding met art. 93 Sr en derhalve moeten worden aangemerkt als zogeheten absolute politieke delicten, dus ongeacht de omstandigheden waaronder zij zijn begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec1d63d231cdc629bf80b47ad90a9a0037eebc9bb5122850a6be27de29ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 31366 tot 32032.